Definitieve verdeling magistraten en personeel rechtbanken BHV

Vrijdag dienden de acht Comori-partijen in de Senaat amendementen in op hun wetsvoorstellen inzake de staatshervorming. Bij deze amendementen zitten ook de wijzigingen van het aantal magistraten en griffiers per rechtbank ten gevolge van de werklastmeting van het studiebureau KPMG. Tot op heden was deze verdeling per rechtbank niet bekend. Ook de resultaten van de werklastmeting zelf zijn nog steeds niet meegedeeld aan het parlement, hoewel de rapporten al vier maand geleden klaar waren. Pas vandaag, dinsdagvoormiddag, zullen zij aan de parlementsleden (en dus ook aan de pers) worden meegedeeld, n.a.v. onze vragen om uitleg aan staatssecretaris Verherstraeten.

Uit de definitieve toewijzing van de magistraten aan de rechtbanken blijkt in ieder geval dat de werklastmeting, zoals die inmiddels uitlekte via de pers, NIET wordt nageleefd en dat de Franstaligen veel te veel magistraten en griffiers krijgen. Zo zullen zij bij de rechtbank van eerste aanleg 122 magistraten krijgen, terwijl de werklastmeting (29N/71F) er slechts 99 voorziet. Het rechttrekken van het aantal Nederlandstalige magistraten (van 28 naar 41) leidt dus niet naar een logische daling van 112 naar 99, maar naar een bijkomende stijging van het Franstalige korps met 10 magistraten. Resultaat is een definitieve verhouding van 25N/75F. Ook bij de arbeidsrechtbank wordt de werklastmeting (34N/66F) niet gerespecteerd, krijgen de Vlamingen slechts 29 procent toegewezen en komt er een kaderuitbreiding met 4 magistraten ten voordele van de Franstaligen. Dit betekent dat de Franstaligen maar liefst 27 rechters te veel zullen hebben.

Opvallend is ook dat de Franstalige kaders bij het Brussels parket en het arbeidsauditoraat met 15 leden worden uitgebreid. Hierdoor zakt de Vlaamse vertegenwoordiging in Brussel onder de 20 procent en zijn de Franstaligen in het eentalige Halle-Vilvoorde er voortaan beter aan toe dan de Nederlandstaligen in het tweetalige Brussel. Het is werkelijk onbegrijpelijk dat de Vlaamse partijen dit zomaar hebben kunnen toestaan.

Volgens onze berekeningen zullen er door deze wanverdeling in totaal 151 jobs voor magistraten en griffiebedienden te veel zijn aan Franstalige kant, wat neerkomt op een jaarlijkse overbodige kost van minstens 10 miljoen euro. In totaal winnen de Franstaligen er bij de Brusselse rechtbanken en parketten zo maar eventjes 352 jobs bij, vergeleken met de situatie vóór de hervorming. Tegelijk worden 143 Vlaamse griffiebedienden ‘in uitdoving’ geplaatst, terwijl de onderbrenging van deze mensen bij de Franstalige rechtbanken heel wat verspilling had kunnen voorkomen.

Door de forse bevoordeling van de Franstalige rechtbanken wordt hun concurrentiepositie tegenover de Vlaamse rechtbanken gevoelig versterkt. Dit zal grote gevolgen hebben, ook in Halle-Vilvoorde, waar de bevoegdheid van de Franstalige rechtbanken sterk werd uitgebreid. De juridische verfransing van Vlaams-Brabant wordt hierdoor in ieder geval aangewakkerd.

Ten gevolge van de blijvende mistoestanden in BHV zullen er in heel België bij de rechtbanken van eerste aanleg en bij de arbeidsrechtbanken binnenkort meer Franstalige magistraten benoemd zijn dan Nederlandstaligen, terwijl de Vlamingen toch ruim 58% van de bevolking uitmaken.

Uit de definitieve cijfers blijkt immers dat er 377 Nederlandstalige rechters van eerste aanleg zullen zijn versus 380 Franstalige. Er zullen 72 Nederlandstalige arbeidsrechters zijn versus 74 Franstaligen.

De Franstaligen hebben zo goed voor zichzelf weten te zorgen dat de Vlamingen zich in een minderheidspositie hebben laten wringen.
Bart Laeremans
Senator