Motie ivm de taaltoestand in het onderwijs

Gedeputeerde Jiroflée deelde onze bekommernis, maar stelde dat de Vlaamse regering met de nieuwe decreten die eraan komen al genoeg doet en dat deze motie dus overbodig is .

N-VA raadslid Linda Van den Eede en Steven Dupont (verkozen voor VB, later onafhankelijk en nu ook N-VA) verkozen om niet deel te nemen aan de bespreking en strategisch in de koffiekamer te blijven

Stemming: VB en Jo Vanderstraeten (ex-VLD) stemden voor, 47 meerderheidsleden stemden tegen, Groen! onthield zich.

Tussenkomst

Motie aan de Vlaamse regering i.v.m. het capaciteitstekort in de basisscholen in de rand rond Brussel en het sterk toenemend aantal anderstalige leerlingen

Toelichting

Het aantal anderstalige leerlingen in de basisscholen van de Vlaamse Rand neemt snel toe. In Halle-Vilvoorde konden we in drie jaar tijd (2008-2011) een evolutie vaststellen van 22% naar 26%, in absolute cijfers van 10537 naar 13377.

Misschien zegt die procentuele evolutie nog niet zoveel, maar in aantallen is de evolutie een tsunami: er kwamen op een totaal van 50577 leerlingen amper 329 kinderen bij met Nederlands als thuistaal en 2840 met een andere taal, dat is dus 8 keer minder!
In tien fusiegemeenten ligt het aantal anderstalige leerlingen al boven de 40%, waarvan 4 gemeenten al boven de 50 %, met tot 66% in Drogenbos. Individuele scholen klimmen nog veel hoger: een school in Zellik haalt al 82%.
Het secundair onderwijs volgt dezelfde tendens: 3,8 % meer anderstaligen, van 14 naar 17,8%

Dit is onmiskenbaar het gevolg van de demografische druk vanuit Brussel (20 000 inwoners erbij vorig jaar) en het tekort aan capaciteit in de hoofdstad. Ouders van kinderen uit Brussel gaan daardoor op zoek naar een school in de Vlaamse Rand. Gevolg is dat er in verschillende scholen intussen een leerlingenstop werd ingevoerd. Daardoor trekken ouders steeds dieper Vlaams-Brabant in. Ook regio Leuven wordt meer en meer geconfronteerd met het probleem.

Daarom is het noodzakelijk dat onze scholen in de toekomst voorrang kunnen geven aan kinderen uit de eigen gemeente en in tweede orde aan kinderen van elders die het Nederlands machtig zijn. Om het peil van de scholen voldoende hoog te houden, bestaat er daarnaast behoefte aan voldoende langdurige taalbadklassen en een extra taalomkadering voor scholen vanaf 10 % anderstalige kinderen (naast de GOK-regeling).

Om deze redenen vraagt de provincieraad aan de Vlaamse regering:

-een voorrangsregeling in het basisonderwijs mogelijk te maken, waarbij kinderen uit de eigen gemeente voorrang krijgen en in tweede orde Nederlandssprekende kinderen uit andere gemeenten;
-een extra taalomkadering te garanderen voor basis- en secundaire scholen vanaf 10% anderstalige leerlingen;
-taalbadklassen mogelijk te maken, waar Nederlandsonkundige leerlingen worden voorbereid op de instroom in het onderwijs, gedurende een periode die nodig is om het vereiste taalniveau te bereiken, indien nodig gedurende een volledig schooljaar;
-de gemeenten met sterke groeicijfers voorrang te geven bij de noodzakelijke uitbreiding van de scholen en bij de realisatie van een eventuele nieuwbouw.

Jan Laeremans
Fractievoorzitter

Tussenkomst bij de motie 13/03/2012

Collega’s

Het probleem dat ik via deze motie wil aankaarten is zeker niet nieuw. Al jaren is er een sluipende internationalisering aan de gang in onze provincie en in onze scholen, maar de laatste jaren wordt de druk steeds maar groter.
Ik heb u daarom ook de cijfers per school overgemaakt voor de laatste 4 schooljaren, om zeer concreet te kunnen nagaan hoe de toestand in uw gemeente is.

In elk geval wil ik vooraf stellen dat wij ons zeker niet vijandig willen opstellen tegen elk anderstalig kind dat naar onze scholen komt, maar we willen dat er een duidelijk signaal gegeven wordt dat het zo niet verder kan, dat er iets moet gebeuren.

Tien jaar geleden heeft men een eerste groot decreet uitgevaardigd, het GOK-decreet, met de bedoeling een goede sociale mix en gelijke kansen te krijgen in ons onderwijs. Daar heeft men tot op heden heel wat middelen in geïnvesteerd, maar het is voor onze regio absoluut geen oplossing. De instroom van anderstaligen is immers op veel plaatsen zo groot geworden dat er amper nog Nederlandstalige leerlingen in sommige klasjes zitten.
Een kleuterschool in Zellik telt 82% anderstaligen, een basisschool 79 %; twee gemeentelijke basisscholen in Vilvoorde en eentje in Diegem en Sint-Genesius-Rode zitten ook al aan drie kwart. En vaak horen we dan nog dat deze cijfers een onderschatting zijn, omdat nogal wat ouders hun papieren al dan niet bewust fout invullen. Probeer zo maar eens aan de anderstaligen Nederlands te leren en een degelijk niveau aan te houden!

Geregeld vernemen we ook dat jonge Vlamingen uit onze streek hun kinderen niet eens kunnen inschrijven in een school in hun buurt, omdat ze volzet zijn: anderstalige kinderen krijgen immers vaak voorrang via het Gok-decreet of via hun broertjes en zusjes.

In feite is de toestand bij ons dramatischer dan in Brussel, want daar is er wél een voorrangsregeling voorzien voor Nederlandstalige kinderen, die twee jaar geleden zelfs is opgetrokken van 45 naar 55 %.

Wij pleiten er daarom uitdrukkelijk voor om aan de Vlaamse regering duidelijk te maken dat wij in de rand ook zo’n regeling willen.
Ik herinner er u graag aan dat we tijdens de eerste legislatuur van Vlaams-Brabant een voorrangsregeling hebben ingebouwd in ons woonbeleid: de meerderheid heeft toen het Vlaams Blok-amendement aanvaard om de Vlabinvest-criteria in te voeren in onze subsidiereglementen. Dat was wettelijk perfect verdedigbaar, want vermits het aantal woningen of het subsidiebedrag beperkt is, mag men een voorrangscriterium inbouwen bij de toekenning.

Welnu, dat kan men perfect doortrekken naar ons onderwijs:

Indien een school volzet dreigt te geraken, is het toch normaal dat er voorrangscriteria kunnen gelden om het keuzerecht van de autochtone ouders te kunnen garanderen?

Bovendien is het argument perfect valabel dat men dit doet met het doel voor ogen om genoeg Nederlandstalige kinderen te kunnen houden, zodat de anderstaligen beter onze taal kunnen oppikken en zodat het niveau hoog genoeg kan blijven.

Naast de voorrangsregel moet er volgens ons ook een extra omkadering komen van taalleerkrachten, die toeneemt in verhouding met het aantal anderstaligen. Ook in Brussel krijgt het Nederlandstalig onderwijs extra middelen, en dat is maar goed ook. Het zou niet meer dan logisch zijn dat men bijvoorbeeld de hele lagere school maar ook in de eerste jaren van het middelbaar een aantal lestijden Nederlands kan opsplitsen tussen beginners en gevorderden, want de realiteit is nu maar al te vaak dat de Nederlandstaligen zich vervelen en de anderstaligen amper kunnen volgen. Nog maar gisteren heb ik uitslagen van taaltesten gezien die aangeven dat heel wat leerlingen in het eerste middelbaar nog niet eens het niveau begrijpend lezen van het vijfde studiejaar halen, terwijl anderen al op het niveau van het tweede middelbaar zitten. Die kloof is dus immens groot.

Voor diegenen die een te grote achterstand hebben moet men durven kiezen voor taalbadklassen, waarin meer zeer intensief woordenschat kan bijbrengen. Dat kan voor sommigen misschien wel het verlies van een gedeeltelijk of volledig schooljaar betekenen, maar anders remmen zij het klasniveau veel te veel af en geraken ze zelf ook gefrustreerd.

Ten slotte dringen we ook aan op een voorrangsbeleid voor scholenbouw als men een zeer grote toename van het aantal leerlingen krijgt, die o.a. te wijten is aan grote instroom van anderstalige leerlingen.

Men zou nu kunnen argumenteren dat het weinig zin heeft om dit soort maatregelen te vragen aan de Vlaamse regering in een crisistijd, waarin er overal bezuinigd moet worden.

Welnu, wij zijn het daar niet mee eens: er wordt immers niets gedaan aan de geldstromen naar Wallonië en men geeft een blanco cheque aan Brussel van bijna 500 miljoen per jaar.

Dan moet men de burgers niet wijsmaken dat er geen geld genoeg is om de noden in Vlaanderen op te vangen.

Waar ik wel zou kunnen inkomen is het argument dat deze noodmaatregelen de oorzaak van het probleem niet zullen wegnemen. Dat is heel juist, maar dan moet men op federaal niveau ook bereid zijn om de migratie-instroom drastisch te beperken, en daar komt met de PS niets van in huis. Nochtans beseft men in onze buurlanden maar al te goed dat je niet kunt blijven dweilen met de kraan open.

Ik citeer even de president van Frankrijk

“Ons integratiesysteem werkt alsmaar slechter omdat we te veel buitenlanders hebben op ons grondgebied en dat we er niet meer in slagen hen te huisvesten, werk te bieden of een school te vinden voor hen”, aldus Sarkozy. “Om de integratie in goede omstandigheden opnieuw te lanceren, moet het aantal mensen dat we ontvangen, gehalveerd worden, van 180.000 naar circa 100.000.”

En de minister van immigratie van Engeland Damian Green stelde vorige week vlakaf dat zijn land af moet van zijn immigrantenverslaving. Dat zou goed zijn voor de economie. Als een bedrijf een arbeidsplaats heeft, zou men beter ‘eerst kijken of er een Engelsman beschikbaar is, en er desnoods voor zorgen dat die geschoold wordt voor de baan.”

In ons land heeft men dat helaas nog steeds niet begrepen.
Maar intussen willen wij niet lijdzaam blijven toekijken hoe de toestand in onze eigen provincie dag na dag verergert.