UF eist recht op om geen Nederlands te moeten kennen

Dinsdag bespraken we in de provincieraad een motie van de UF. Het was de allereerste keer sinds 1995 dat deze partij een eigen motie indiende, en we gaven haar daarvoor een pluim, aangezien ze het schaarse debat in de raad tenminste aanwakkerde. Maar dat betekende natuurlijk niet dat we hun motie zouden goedkeuren!

Mevrouw Stone-Wilmès, schepen in Sint-Genesius-Rode, vond het een schande dat Vlaanderen had beslist om taalvoorwaarden in te voeren bij het nieuwe decreet op de kinderdagverblijven. Zij vond dat er in het verleden “nooit problemen waren” en vreesde ervoor dat de helft van de instellingen in Rode hun deuren zouden moeten sluiten omdat ze niet zouden voldoen aan de taalvoorwaarden, nl. een basiskennis Nederlands aantonen voor de verantwoordelijke van het kinderdagverblijf en amper 1 van de kinderverzorgsters.

Uiteraard trokken we daartegen fel van leer: 1) het ging niet eens om de intrekking van de erkenning, maar om mogelijk verlies van subsidies. 2) Wie Vlaamse subsidies wil, moet inderdaad ook Nederlands verstaan, en dat is niet eens zo’n hoog niveau. 3) Het getuigt van een 19de-eeuwse koloniale mentaliteit om nu nog te weigeren Nederlands te leren 4) Bij ziekenhuizen, brandweer, politie in Brussel kunnen we staaltjes genoeg geven van die onwil 5) De Vlaamse eisen zijn nog veel te licht.

Gedeputeerde Swinnen voegde er een ander element aan toe: al in 2009 was dat aan alle instellingen meegedeeld, dus ze hadden VIJF jaar de tijd om een beetje cursus te gaan volgen. Bovendien krijgen ze nu nog één jaar extra, en dan zal men nog zeer voorzichtig te werk gaan alvorens de instelling droog te leggen. (leg er maar weer eieren onder, Kind en Gezin!)

Uiteindelijk stemden alle Vlaamse partijen de motie weg. ’t Zou er nog aan mankeren!

Lees hier de motie en onze tussenkomst.